Vraaganalyse

In deze tabel worden de cijfers van de verwerkte test getoond op een manier die het mogelijk maakt elke vraag van de test te onderzoeken en te beoordelen of ze geschikt was voor het doel van deze test. De statistische parameters die gebruikt worden, worden berekend zoals uitgelegd in de klassieke testtheorie (ref. 1)

Gemakkelijkheidsgraad (% Juist)

Dit is een maat voor hoe moelijk of gemakkelijk een vraag was voor diegenen die de test afgelegd hebben. Wordt op volgende manier berekend:
FI = (Xgemiddelde) / Xmaximum
waar Xgemiddelde het gemiddelde cijfer is dat alle gebruikers op deze vraag behaald hebben,
en Xmaximum de hoogst mogelijke score is op deze vraag.
Als vragen verdeeld kunnen worden in de categorieën juist/fout, dan zal deze parameter overeen komen met het percentage gebruikers die deze vraag juist beantwoord hebben.

Standaarddeviatie (SD)

Deze parameter meet de spreiding van de antwoorden. Als alle gebruikers hetzelfde antwoorden, dan is SD=0. SD wordt berekend als de statistische standaardafwijking van de deelscores (behaald/maximum) voor elke vraag afzonderlijk.

Discriminatie-index (DI)

Dit geeft een ruwe indicatie van de performantie van elke vraag om gebruikers met en zonder kennis van elkaar te onderscheiden. Deze parameter wordt berekend door eerst de leerlingen op te delen in drie groepen, gebaseerd op hun totaalscore op de test. Dan wordt de gemiddelde score van de vraag berekend voor de beste en slechtste groep, en die twee gemiddeldes worden afgetrokken. De wiskundige formule daarvan is:
DI = (Xbeste - Xslechtste)/ N
waar Xbeste de som is van de deelscores (behaald cijfer/maximum cijfer) behaald op deze vraag door de 1/3 gebruikers met de hoogste cijfers voor de hele test (aantal juiste vragen voor deze groep),
en Xslechtste) is de analoge som voor gebruikers met het laagste 1/3 van de hele test.

Deze parameter kan waarden hebben tussen +1 en -1. Als de index lager dan 0.0 wordt, dan betekent dat dat meer zwakke leerlingen de vraag juist hadden dan sterke leerlingen. Zo'n vragen zouden als waardeloos moeten beschouwd worden. In feite verminderen ze de accuraatheid van de hele test.

Discriminatiecoëfficiënt (DC)

Dit is een andere maat voor het scheidingsvermogen van een vraag om sterke van zwakke leerlingen van elkaar te onderscheiden.
De discriminatiecoëfficiënt is een correlatiecoëfficiënt tussen de score op de vraag en de score op de hele test. Hier wordt die als volgt berekend:
DC = Som(xy)/ (N * sx * sy)
waar Som(xy) de som is van de producten van de afwijkingen tussen de score van de vraag en de hele test,
N is het aantal antwoorden, gegeven op deze vraag
sx is de standaardafwijking van de deelscores van deze vraag en,
sy is de standaardafwijking van de scores van de hele test.

Deze parameter kan waarden tussen +1 en -1 oplevern. Positieve waarden duiden vragen aan die de sterkte van leerlingen kunnen onderscheiden, negatieve waarden tonen aan welke vragen best beantwoord zijn door zwakkere leerlingen. Vragen met een negatieve DC worden slecht beantwoord door de beste leerlingen en treden eigenlijk bestraffend op tegen goed scorende leerlingen. Zulke vragen moeten vermeden worden.
Het voordeel van de Discriminatiecoëfficiënt tegenover de Discrimitatie-index is dat de eerste informatie gebruikt van alle leerlingen en niet alleen van de uiterste beste en slechtste derdes van de groep. Deze parameter kan dus iets gevoeliger zijn om de performatie van een vraag te meten.

Index helpbestanden
Toon dit helpbestand in het English